van suiker

Het eerste wat me opvalt, zijn de bonbons. Kleine, perfect gevormde kunstwerkjes, het ene mooier dan het andere.

‘Dit is dus hoe de hemel eruitziet,’ zegt Veronika. Ze grist een hartvormig chocolaatje met pistachegarnering van een van de zilveren schalen en stopt het in haar mond. ‘Wat kijk je nou?’ Ze fronst en bedekt haar mond met haar slanke, lange vingers. ‘Eentje moet kunnen.’

Ik blijf naar haar kijken terwijl ze gaat zitten en haar stoel iets dichter tegen die van Merijn aanschuift. Naar haar lange, slanke nek, haar strakke bovenarmen en haar duidelijk zichtbare schouderbladen.

Ik staar niet naar haar mond, maar naar haar fonkelende diamantenring, slechts centimeters van mijn gezicht verwijderd. Veronika slikt door en drukt haar gestrekte wijsvinger tegen mijn borst.

‘Niets tegen Mama zeggen, Floor. Ik heb geen zin in gedoe, niet vandaag.’ Haar vinger prikt steeds harder tegen mijn borstbeen. ‘En van de taart blijf je af.’ Ze wijst naar het witte gevaarte dat hoog boven de rest van het dessertbuffet uittorent.

lees verder