glas

Om half zeven stond het kind naast mijn bed. Hij was aangekleed, maar zo te zien nog niet erg wakker. Hij had blauwe laarsjes aan, een tuinbroek die wat knopen miste en over zijn schouder hing een plastic schep, ook blauw, toen hij struikelend de kamer binnenkwam.

“Goedemorgen kleine,” zei ik.

“Schorpioenen zijn niet gevaarlijk,” zei hij.

Wat ik me herinner is dat de buurman, de opa van het kind, langskwam om te kijken wat ik aan het doen was en waarom ik daar zo bij schreeuwde.

Hij zette de schep in een groef van het parket op zo’n manier dat hij erop kon leunen, waardoor onze ogen – mijn hoofd nog altijd plat op het kussen – op gelijke hoogte waren. Die houding heeft hij vermoedelijk van zijn opa afgekeken. Zijn vader zie ik nog niet met een schep in de weer en zeker niet op een parketvloer – daarvoor is hij veel te chique.

Het kind ging op vakantie – ik zou op het huis passen – en sinds een paar uur wist hij dit: dat schorpioenen niet gevaarlijk zijn. Hij had het gedroomd en voor vertrek wilde hij het mij gezegd hebben.

“Maar ze worden niet graag opgesloten. Als je dat doet, kunnen ze steken.”

Dat ik in dromen meer vertrouwen heb dan in het echte leven wist hij niet, of misschien juist wel en misschien kwam hij het me daarom vertellen.

lees verder

dominique de groen: interview

Dominique is er nog niet wanneer ik De Vooruit binnenloop. Het verbaast me niet dat ze deze plek voor het interview heeft uitgekozen – je loopt hier regelmatig andere dichters en schrijvers tegen het lijf. Vanavond is het rustig, maar aan een paar tafels rondom mij zitten mensen druk op hun iMacs te tikken.

Wanneer ik de dichteres zie, ben ik verbaasd over hoe verlegen en onschuldig ze overkomt. Zeker nadat ik haar dichtbundel ‘Shop Girl’ heb gelezen, waarin ze zich zo resoluut uitspreekt tegen Primark. Ze geeft mij een zachte handdruk en zit neer.

aardbeiErika: “Hoe ben je gedichten beginnen schrijven?”

Dominique: “Ik ben begonnen met kortverhalen. Dan kwam ik in Gent wonen en besefte ik dat er meer kansen zijn voor poëzie om naar buiten te komen met je werk, podia bijvoorbeeld, dus dan dacht ik: ‘Ik ga dat maar eens proberen’. Zo merkte ik ook dat poëzie mij enorm lag.”

Erika: “Hoe ben je in Gent terechtgekomen?”

Dominique: “Ik heb daarvoor vier jaar Engelse Literatuur en Latijn gestudeerd in Glasgow. Wanneer ik was afgestudeerd, woonden veel van mijn vrienden in Gent en ben ik naar hier verhuisd.”

Erika: “We hebben trouwens een gemeenschappelijke Facebookvriend – Arno Van Vlierberghe, hij heeft net ‘Vloekschift’ uit.”

Dominique: “Ja, dat is mijn lief.”

lees verder

tibooke

Gelukkig hadden ze vorig jaar leren schrijven, dacht Tibooke toen hij er het blaadje met zijn slechte punten voor godsdienst uitscheurde en schreef: Ik ben weg, naar mijn echte vader. Tibo.

Roel had Tibooke twee weken geleden gezegd dat hij geadopteerd was en dat hij zijn vader niet kende. Tibooke had daar sindsdien ook aan gedacht. Was zijn vader de echte wel? Hij zat met papa achter het avondeten op een stuk fazant te kauwen. Door de tanden van zijn vork keek hij naar papa, naar diens grijze stoppelbaardje, zijn dubbele kin en de bordeaux trui die hij altijd droeg en het leesbrilletje dat aan het kettinkje hing, omdat hij altijd met papieren in de weer was en niks meer zag. Hij stelde zich dan voor dat in zijn plaats nonkel Hervé zat, met zijn fris geschoren gezicht, dat altijd zo zacht was wanneer hij het kuste en niet hard met stekels, zoals bij papa, en in zijn trainingskostuum, want nonkel Hervé droeg altijd een trainingskostuum.

In het begin van het schooljaar had Tibooke zijn eerste tennisles gekregen van nonkel Hervé. Het was met zo een machine die ballen naar hem toe schoot, en hij had ze toen bijna allemaal gemist, maar nonkel Hervé had hem gezegd dat hij het heel goed deed en een kampioen zou worden. Hij had er de arm voor, zei hij. Tibooke had toen heel lang in het bed naar zijn arm gekeken, tot zijn papa om negen uur zijn licht kwam uitdoen. Papa was nooit zo vriendelijk tegen hem. Die zat altijd te zagen over hoe slecht zijn punten waren en dat hij geen ezelsoren mocht maken in de boeken van de bibliotheek. Op de vensterbank van Tibooke stonden de vijf matchboxjes die hij van nonkel Hervé had gekregen. Papa zei dat hij dom werd van het spelen met de autootjes.

“Wie zijn eigenlijk mijn echte ouders, papa?”

“Jongen, ik ben naar het nieuws aan het kijken.”

“Is het nonkel Hervé?”

“Nonkel Hervé? Waar haalt gij dat vandaan?”

“Die geeft me altijd autootjes wanneer hij op bezoek komt.”

“En wanneer mag dat dan wel zijn?”

“Elke woensdagnamiddag, wanneer jij op kantoor bent.”

“Die is zeker jouw vader niet, anders had ik het wel geweten.”

lees verder

tien euro

Consumeren is uiteindelijk iets erg geks. Met tien euro kan ik mij dingen veroorloven die tot enkele eeuwen geleden onder de noemer ‘magie’ zouden zijn gevallen.

Ik heb voor Kerstmis een Che Guevara-T-shirt gekregen van mijn vader.
Ik beken, ik ben niet bepaald verlegen als het aankomt op mijn politieke overtuigingen. Iedereen die mij een beetje kent, zal waarschijnlijk weten dat ik wat linkser ben dan de gemiddelde medemens. Wie mij iets beter kent, zal ook weten dat ik een zekere fascinatie heb met Che Guevara. Maar slechts enkelingen zullen, in tegenstelling tot mijn vader, weten dat ik walg van Che Guevara-T-shirts.Tieneuro

Mijn uitspraken beginnen vast paradoxaal te klinken, dus laat het me op een andere manier verwoorden. Ik ben gek op revolutionaire films: ‘V for Vendetta’, ‘The Matrix’, zelfs ‘The Hunger Games’ kan ik appreciëren voor zijn revolutionaire motieven. Noem mij oubollig, maar ik hou van verhalen waarin David het durft op te nemen tegen Goliath. Of de nerd die zijn pestkop na al die jaren onder ogen komt. Een onderdrukt volk dat samenspant tegen het systeem en schreeuwt “Wir sind das Volk!” geeft mij altijd kippenvel.

Toch denk ik dat ik in heel mijn leven maar één revolutionaire film gezien heb die zichzelf, en misschien ook wel revoluties, begreep.

lees verder

clouds

She is like clouds –
A source of inner mystery
She is a cloud:
Forever present but not many can see
She is the art of letting go
For she’s one to admire yet not to hold

She’s a manifest to the rays of the sun
For she lets them shine through her –
As if they were her own
She’s a manifest to the cries of the earth
For she carries these tears –
As if they were her own

lees verder

n8 brengt troost

Ik wil niets liever dan mijn ogen sluiten voor jouw zieke grijns.
Schaduwen hebben geen bezwaren
wanneer jouw zwart omrande nagels mijn warmte binnendringen.

’s Nachts groeit er reliëf over de vlakke leemte
en voel ik mij niet meer alleen.
Kleuren vervagen, mengen zich stilaan met de avondlucht
& deinen zo mee op het ritme van het duister.

Nacht brengt troost.

lees verder

het is gewoon verschrikkelijk

Regen op een zomeravond is verschrikkelijk. Er is een barbecue gepland. Er is vooral veel bier en iemand die voortdurend lege bierflesjes telt. Later worden het Instagramfoto’s. Wat ook verschrikkelijk is, is het verdomde einde van de films waaraan ik verslaafd ben. Het einde dat te vaak geen juist einde is. Iemand vroeg me: waarom huil je nou? Ik wees naar het scherm en antwoordde: er is net iemand gestorven. Zij bracht me tissues. En ik wist: zij is het.

Wat je niet aan mij kunt zien op een Instagramfoto of welke andere foto ook is dit: ik kan niets anders meer doen dan nadenken, hele godganse dagen en nachten lang. Dat gaat zo: een stoel in het midden van de kamer, kamerplanten op de vensterbank (met namen die zij uitgekozen heeft; van links naar rechts: Marilyn, Tracie, Dick, Mister P. en Zulma), een kop koude koffie, en nadenken. Er hoort geen geluid bij. Er hoort eigenlijk ook geen stilte bij.

Achteraf dronk ik koffie aan de koffieautomaat waar ook zij stond, terwijl ik eigenlijk nooit koffiedrink. Ik begon een gesprek over de kweekzalmen.

Het begin van mijn denken klinkt als een sprookje. Er was eens een artikel over kweekzalmen in Noorwegen dat ik toevallig las, terwijl ik eigenlijk op zoek was naar een tweedehandsauto. Er stond dat kweekzalmen het hele ecosysteem aantastten. In prachtige fjorden worden ze in cirkelvormige bassins gekweekt. Ze zijn volledig beroofd van hun vrijheid en krijgen de ene antibioticakuur na de andere. Alle echte zalmen die er zwemmen, gaan er kopje onder. De gevolgen zijn voelbaar in Noorwegen en verder, in de buurlanden, en nog verder, in de wereld. Ik besefte dat het altijd zo was, dat alles verband hield met elkaar. Het is gewoon verschrikkelijk.

lees verder