onder de esdoorn

Ik weet niet waar de woorden vandaan komen. Ik ken het gestorven meisje niet. Ze bestaat niet in mijn herinneringen.

Onder de esdoorn ligt een lichaam. Zijn bladeren vallen om mij heen als sporen van herinnering aan de vlucht van het leven. Langzaam druk ik mijn zolen in de natte bosgrond. Bladeren blijven hangen aan mijn blauwe rok en de mist likt mijn hielen en omarmt mij alsof ik nooit weg ben geweest.

Ik ben de enige hier. Haar blonde haar spreidt zich uit over de grond, armen gevouwen over haar borstkas, haar handen grijpen krampachtig naar iets. Ik buig mij om te zien wat het is.

identiteit-coming-of-age-onschuldig-volwassen-opgroeien

“Ze omklemt haar hart.”

De stem doet de lucht ijzig worden. Een meisje staat daar, met kort, bruin haar achter haar oren, met kille, blauwe ogen. Ze bekijkt me grimmig, haar lippen tussen haar tanden geklemd, harder en harder, totdat er een paar druppels bloed op de bosgrond vallen. Haar schoenen verpletteren de druppels in een ogenblik. Ik probeer naar haar te kijken, maar kan het niet.

“Wie ben je?” Mijn stem trilt. De vraag blijft hangen in de leegte.

De bladeren om ons heen blijven met een zachte ritseling op de grond vallen. De mist trekt op en haalt uit met zijn koude klauwen. Er loopt een huivering over mijn rug. Is dit angst of verdriet? De emoties lijken sinds kort op elkaar – een grote wervelstorm van pijn, spijt en beklemming, waar niets meer te onderscheiden is. De zonnestralen strelen haar haar, het enige stukje dat de mist niet lijkt te willen aanraken. Ik zou de plek als adembenemend beschrijven onder andere omstandigheden. Het meisje tegenover me zet een stap in mijn richting.

Ik buig me naar het lichaam toe. Voor een laatste keer wil ik haar wangen aanraken.

“Blijf van haar af.”

Mijn hand omsluit de hand van het lichaam. Dan kijk ik op naar het kind. Jong, dwaas, alles wat ik niet meer ben. Ze wil naar me toe lopen, maar de irritatie op mijn gezicht houdt haar op haar plek.

“Gun de doden rust.” Over de wangen van het meisje lopen nu tranen. Haar stem is schor, wanneer ze zegt: “Moordenaar.”

Ik knipper met mijn ogen. Haar handen trillen, terwijl haar mond tracht meer leugens te vormen. Ik kom overeind. Ze bibbert voor mijn gestalte, een vrouwenlichaam waar zo’n kind zich niet aan kan meten.

“Ik ken haar niet.” Mijn woorden lijken haar pijn te doen.

“Waarom ben je hier dan?”

Ik kijk naar het lichaam. Er is een reden, maar ik kan me niet meer herinneren wat deze is. Ze lijkt mijn stilte te begrijpen, probeert haar hand uit te strekken. Mijn hand is vluchtig als een gedachte, slaat de hare weg. Ze kijkt me ijzig aan.

“Ze was een kind,” sis ik.

Ik weet niet waar de woorden vandaan komen. Ik ken het gestorven meisje niet. Ze bestaat niet in mijn herinneringen. Flarden lijken door te willen dringen, maar ik verzet me. Ik ken haar niet en wil haar niet kennen. Ze bestaat niet in mijn leven, afgezien van dit ene moment. Hierna zal ik verder gaan en nooit meer naar haar omkijken. Het meisje tegenover me zakt door haar knieën en streelt de hand van de dode. Ik zucht.

“Help me haar in het graf te leggen.”

Een graf te midden van de herfstbladeren. Het meisje werpt zich op het lichaam en begint te huilen. Ik leg een hand op haar schouder, maar ze duwt hem weg. Wanneer ik dat nog eens probeer, grijpen haar scherpe nagels naar mijn haar. Ik grijp haar vast, druk haar met mijn volle gewicht tegen de grond.

“Ze is weg.”

Mijn woorden zijn hard en zinderen na in de stilte. Haar armen vallen met een zachte plof op de bosgrond. Ze maakt aanstalten om haar aanval opnieuw in te zetten, maar mijn handen omklemmen haar keel. Haar handen slaan om mij heen, tegen mijn schenen, mijn borst, mijn hoofd. Langzaam verzwakken haar pogingen. Het leven lijkt beetje bij beetje haar lichaam te ontglippen. Mijn handen verlaten haar lichaam en haar ogen blijven me aanstaren, terwijl ik naast haar plaatsneem.

“Waarom?”

De zachte boslucht lijkt ijziger met elke minuut die vol van verwachtingen blijft hangen.

“Herinner je je het niet meer?” Ze draait zich naar me toe, haar kapotte lip begint weer te bloeden. “Hoe je haar haar hart ontnam, haar botten, haar ziel?”

“Dat was ik niet!”

De woorden blijven hangen tussen ons in. Haar ogen groot, mijn pijn groter.

“Dat was ik niet! Zij hebben het gedaan, zij hebben haar laten sterven!”

Haar ogen strelen het gezicht van de dode en nemen elke millimeter in zich op.

“Ze was niet klaar voor de wereld. Ik heb haar gered, ik, niemand anders!”

Mijn hete adem slaat in haar gezicht, maar ze blijft zitten waar ze zit. Mijn nagels, mijn vuist, enkele millimeters van haar lijf.

Ik sta op het punt om mijn geweten te vermoorden.

“Ze hield van hem, ze kon geen nee zeggen, ze kon niet zeggen dat hij moest stoppen, dat hij haar pijn deed, dat ze het niet wilde. Ze was bang dat hij haar zou verlaten als ze het niet deed. Ze was gebroken. Hij heeft haar gebroken en ze is nooit hersteld. Zij kon hem niet beschuldigen omdat hij haar niet wilde breken. Dus kon ze alleen zichzelf beschuldigen.

“Toen kwam de rest. Vuil, ongewild, ze hadden geen recht op haar. Geen enkel recht en toch namen ze het. Waarom denken ze altijd te kunnen nemen wat haar toebehoort? Het enige wat in haar leven van haar was, waarom konden ze het niet met rust laten?”

Mijn woorden sterven weg. Het geruis van de wind om ons heen is het enige dat ik hoor. Mijn handen bibberend, mijn stem schor, mijn wangen doorlopen van tranen.

“Ik heb het gedaan, ik heb haar vermoord, maar ze was al dood.”

Ik buig me over het lichaam. Mijn tranen vallen op het meisje. De wind speelt met haar haar en ze ziet er eindelijk vredig uit. Ik draai me om en ben alleen. Vandaag leg ik haar te rusten. Ik begraaf het kind dat ik was onder de esdoorn.


Alyce Sevink is een negentienjarige Amsterdamse scenarist- en regisseuse-in-opleiding die de afslag naar waargemaakte dromen niet wil missen.

Illustratie © Shereen Alheidary

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s