het myanmarese lappendeken

Tot een paar jaar geleden wisten we weinig over Myanmar. Door de dichte grenzen was het moeilijk om het land te bezoeken, maar nu staan de deuren open en sijpelen er steeds meer reizigers binnen. En met reden.

myanmar-reizen-reportage

© Rinke Cautaerts

De voorbije zomer zette ik voor het eerst voet op Myanmarese bodem. Het grootste land in Zuidoost-Azië stond al een lange tijd op mijn bucketlist en onder de reizigers hoorde ik er alleen maar lof over. Vooral de vriendelijkheid van de lokale bevolking werd vaak geprezen. Nu kan ik uit eigen ervaringen de verhalen over de Myanmarese oprechtheid bevestigen.

Ik land in Sittwe. Ik ben de enige westerlinge op twee heren na, maar zij zijn hier niet voor vakantiedoeleinden. Ze fluisteren elkaar wat toe, zodat de douanier het niet zou horen. Met hun aktetas in de hand stappen ze de luchthaven uit. Ik kan hun badge net nog lezen: UNCHR, Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen. Deze regio was al in 2012 onstabiel, nadat de regering de Rohingya verdreven had.

Vanuit Sittwe reis ik door naar het dorp Crape Chaung. Via een geïmproviseerde ladder daal ik de rivierbedding af om een houten boot in te klauteren. Langs de oevers zitten vissers verscholen in het riet. Kinderen springen van lage rotsen het water in om zich al spelend te wassen. Ik hoor ze in de verte lachen en gieren. Wanneer we voorbijvaren, maken ze grote zwaaibewegingen om ons te begroeten.

Na een drietal uur meren we aan in het dorp. Mijn gids en ik gaan het eerste huis dat we voorbijlopen binnen. Verstopt onder de paalwoning zit een oude dame te weven. Haar hele gezicht is bedekt met een tattoo van een spinnenweb. Ma Aung Seim was negen toen ze die kreeg. De inkt, gemaakt van varkensvet, plantensap en rundergal, werd ingekerfd met doornen. Intussen is deze praktijk verboden en legt de overheid er hoge boetes op. Hierdoor vervaagt de traditie. De kinderen en jonge dames in het dorp hebben geen getatoeëerde gezichten meer. “Ik ben kwaad op de overheid om onze traditie te verbieden. Dit alles zal nu verdwijnen,” zegt Ma Aung Seim.

Tijdens de terugtocht probeer ik de nieuwe prikkels een plaats te geven. Het is niet de eerste keer dat ik een etnische bevolkingsgroep bezoek. Het is ook niet de eerste keer dat ik getatoeëerde gezichten zie. Maar ik ben aangeslagen, omdat hun gebruiken met uitsterven bedreigd zijn. Binnenkort zullen de karaktergezichten van die vrouwen tot het verleden behoren.

Tijdens mijn rondreis bezoek ik nog andere etnische stammen in de regio rond Loikaw. Er geraken gaat minder vlot door de grensposten die overal opgesteld staan. Wanneer we tegengehouden worden, toont de gids de douaniers onze vergunning. Hier kan ik niet zomaar gaan en staan waar ik wil. De overheid – of eerder de militairen – heeft de touwtjes in handen en mengt zich steeds meer en meer in de tradities van de lokale bevolkingsgroepen.

Langs een kronkelige bergweg komen we na uren rijden aan in Htay Kho, een afgelegen dorp in de jungle. Een lokale dame staat in haar portier. Dierenbotten hangen aan haar borst – trofeeën uit het oerwoud, van dieren die haar man geschoten heeft.

Ik ontmoet ook Plo Mu, een 32-jarige alleenstaande moeder. Ze staat wat verlegen in de deuropening. Toch straalt ze in haar traditionele roodkleurige tuniek, geringde benen en uitgerekte oorlellen. Ze heeft een 12-jarige dochter die op dat moment op de schoolbanken zit en gewone kleren draagt. De leerkracht verbiedt het om traditionele kledij te dragen, omdat het ouderwets is. De leerkracht komt niet uit het dorp, maar uit de stad en werd gestuurd door de overheid. Dit dorp heeft sinds vorig jaar een betere toegangsweg en elektriciteit gekregen als geschenk van de lokale instanties. Maar tegelijkertijd herinnert hun gedrag mij aan de Europese kolonisten, die ook destructief voor de waarden en tradities van de inheemse bewoners optraden.

We bezoeken ten slotte Rangu. Een van de oudere dames nodigt ons uit in haar keuken. Ze houdt zich mooi recht. Ze kan ook niet anders. Metalen ringen rondom haar nek beperken haar hoofdbewegingen. Ze behoort tot de langnekken en is nog een van de weinigen die deze ringen uit traditionele overweging draagt. De goedlachse dame woont er alleen met haar kleindochter. Zelf verlaat ze het huis niet meer uit schaamte voor haar authentieke uiterlijk. De andere dames op de markt dragen geen ringen meer. Haar kinderen zijn naar Thailand gevlucht en leven er in een kamp waar ze als toeristische attractie fungeren. Het is onwaarschijnlijk dat ze ooit nog terugkomen.

Myanmar is de voorbije maanden voorpaginanieuws geweest. Ik las de berichten op een Belgische nieuwssite toen ik mijn laatste dagen doorbracht in het beroemde Bagan. Hoe kan een land met zo’n joviale bevolking mensenrechten schenden? Myanmar is een lappendeken van diverse bevolkingsgroepen, waarvan de inwoners zichzelf niet als Myanmarees zien, maar als lid van hun staat. Ze koesteren hun lokale waarden en de tradities waarmee ze zijn opgegroeid, maar de leiders van het land willen die achterwege laten. Of dit het volk ten goede komt, is nauwelijks nog de vraag.


Rinke Cautaerts uit Pollare is een soloreizigster met een passie voor fotografie van mens en natuur.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s