leven we in een geesteloos tijdperk?

“By happiness is intended pleasure, and the absence of pain; by unhappiness, pain, and the privation of pleasure.”

  – John Stuart Mill

Dit korte citaat uit Mills ‘Utilitarianism’ vat de doctrine van de 19de-eeuwse Engelse filosoof perfect samen. Tegelijkertijd illustreert ze de affiniteit van deze leer met de geesteloosheid van ons tijdperk. In het citaat werd alles met maar een beetje zingeving naar de prullenmand verwezen en wel met weerzinwekkende efficiëntie.

Met een voor de moderniteit typerende ‘rationaliteit’ scheerde hij, als een op hol geslagen Occam, alles weg wat niet gerechtvaardigd kon worden door de calculus van pijn en genot.

Hierdoor werd de ethiek herleid tot overwegingen van het industriële karakter van de toenmalige (en huidige) Zeitgeist. Mill ledigde de moraal van haar over talloze eeuwen moeizaam ontwikkelde historische inhoud, wat in lijn lag met het vooruitgangsdenken van zijn tijd.

Met een voor de moderniteit typerende ‘rationaliteit’ scheerde hij, als een op hol geslagen Occam, alles weg wat niet gerechtvaardigd kon worden door de calculus van pijn en genot. De discipline die ooit het kruispunt was van alle culturele en ethische subtiliteiten en geboetseerd was door gewoonte en sociale normen, werd afgedaan als primitief bijgeloof.  Ook Russell, een volgeling van Mill in moraalfilosofie, betoogde bijna een eeuw later dat de ingewikkelde ethische leefwereld gezuiverd moest worden van alle ‘niet-rationele taboes’.

Zijn we echter zo barbaars om te ontkennen dat de ethiek – de wetmatigheden die het menselijk handelen reguleren – meer inhoudt dan een koude, harde calculus? Zijn we echt gedoemd in ons handelen te verwateren tot morele kapitalisten, immer op de uitkijk voor kansen om de ‘winst’ van de utiliteit te maximaliseren? Als dat werkelijk het geval is, lijkt het best het advies van Seneca te volgen en voor de uitweg te kiezen die zich aan ons voordoet wanneer we onze polsen omdraaien.

Het zwakke punt van het utilitarisme, of het nu vertegenwoordigd wordt door Mill, Bentham of Paley, is de onkritische aanname van de natuurlijke distributie van pijn en genot, zonder die schaal zelf ooit in vraag te stellen. Zo is het ook gesteld met het socialisme, dat in tegenstelling tot het communisme nooit stilstaat bij de aard van arbeid in de kapitalistische productiemodus.

Mill verzet zich nog wel een beetje tegen deze beschuldiging van ongebreideld hedonisme: “It is better to be a human being dissatisfied than a pig satisfied; better to be Socrates dissatisfied than a fool satisfied. And if the fool, or the pig, are of a different opinion, it is because they only know their own side of the question.” Maar zijn empirische claim dat intelligente en opgeleide mensen de hogere, menselijke geneugten altijd zullen verkiezen boven die des vlezes – misschien waar in de 19de eeuw – werd weerlegd door de instorting der beschaving in mei ’68. Vrije ‘liefde’ en drugs regeerden met despotische alleenheerschappij over ongeorganiseerde jongerencommunes. Alles wat niet leidde tot onmiddellijke verzadiging – verantwoordelijkheid, langetermijnvisie, stabiel gezinsleven, etc. – werd resoluut verworpen door ‘rebellen’ wiens grootste verwezenlijking was dat de overheid niet op hen durfde te schieten.

We moeten Plato uiteindelijk voor de tigste keer gelijk geven: de biologische impulsen zijn als een bloeddorstig en onverzadigbaar monster dat getemd moet worden. De platonische moraal, die ook haar grondslag vindt in alle belangrijke wereldreligies, bestaat erin de bronnen van dierlijk verlangen in de menselijke geest droog te leggen, omdat het leven nu eenmaal niet draait om de vervulling van die verlangens. Waarom zou je je laten knechten door de amorele oerkracht die gedreven wordt door nood aan procreatie? Wat is het punt de slaaf te zijn van begeertes die, eens ze verzadigd zijn, hetzij andere begeertes tot gevolg hebben, hetzij verveling. Dan is het menselijk leven toch gedoemd om – in de beeldspraak van Schopenhauer – als een pendule eeuwig ertussen te oscilleren?

Niet voor niets hield de Boeddha vol dat leven lijden is en het verlangen de oorzaak is van dat lijden. Het staat als een paal boven water dat het zich eindeloos herhalende proces van verlangen en bevrediging, van “we itch that we may scratch, and scratch that we may itch” het summum kan worden van het menselijke avontuur. En om dat te vermijden, is het soms noodzakelijk mogelijke bronnen van genot, vaak met veel pijn tot gevolg, door langdurige en moeizame ascetische inspanningen verregaand te beperken. In weerwil van Mills utilitarisme.


Othman El Hammouchi is schrijver en opiniemaker, geboren te Brussel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s