van suiker

Het eerste wat me opvalt, zijn de bonbons. Kleine, perfect gevormde kunstwerkjes, het ene mooier dan het andere.

‘Dit is dus hoe de hemel eruitziet,’ zegt Veronika. Ze grist een hartvormig chocolaatje met pistachegarnering van een van de zilveren schalen en stopt het in haar mond. ‘Wat kijk je nou?’ Ze fronst en bedekt haar mond met haar slanke, lange vingers. ‘Eentje moet kunnen.’

Ik blijf naar haar kijken terwijl ze gaat zitten en haar stoel iets dichter tegen die van Merijn aanschuift. Naar haar lange, slanke nek, haar strakke bovenarmen en haar duidelijk zichtbare schouderbladen.

Ik staar niet naar haar mond, maar naar haar fonkelende diamantenring, slechts centimeters van mijn gezicht verwijderd. Veronika slikt door en drukt haar gestrekte wijsvinger tegen mijn borst.

‘Niets tegen Mama zeggen, Floor. Ik heb geen zin in gedoe, niet vandaag.’ Haar vinger prikt steeds harder tegen mijn borstbeen. ‘En van de taart blijf je af.’ Ze wijst naar het witte gevaarte dat hoog boven de rest van het dessertbuffet uittorent.

Veel verloofde vrouwen storten zich op het vinden van de perfecte jurk, trouwlocatie of huwelijksreis. Voor Veronika viel dit alles in het niet bij het ontwerpen van haar Ultieme Bruidstaart (of, zoals mama zegt: de Verschrikkelijke Suikerkolos). Pas na veertien proeverijen plaatste ze haar bestelling: zes lagen cake, gevuld met vanillebiscuit, mokkacrème en ganache en versierd met zilveren suikerparels, kokosschaafsel en rozen, blaadjes en hartjes van witte fondant. Alleen de twee kunststofpoppetjes bovenop de taart zijn niet eetbaar. Ze zouden eerst van marsepein zijn, maar Mama en Veronika waren het erover eens dat dit nadelig was voor de tailleomvang van het bruidje.

‘Afblijven,’ zegt Veronika opnieuw. Ze pakt nog twee bonbons van de schaal, schuift ze onder het blad botersla op haar bord en loopt dan terug naar onze tafel. De pailletten in het getailleerde lijfje van haar bruidsjurk glinsteren onder het licht van de plafondlampen. Ik blijf naar haar kijken terwijl ze gaat zitten en haar stoel iets dichter tegen die van Merijn aanschuift. Naar haar lange, slanke nek, haar strakke bovenarmen en haar duidelijk zichtbare schouderbladen. Pas als Merijn haar wang kust, kijk ik weg.

Veronika is mijn kleine zusje. Eigenlijk is ze twee jaar ouder dan ik, maar ik noem haar zo omdat er tegenwoordig nog maar weinig van haar over is. Vroeger, voor de operaties, zei mama nog wel eens dat ik haar slanke dochter was. Wat in principe ook klopte. In confectiekleding pasten we geen van drieën, maar vergeleken met haarzelf en Veronika viel mijn gewicht nog wel mee.

Nu hebben mijn moeder en mijn zus allebei een maag ter grootte van een golfbal.

Gewoon doorzetten. Kwestie van wilskracht.

Ik pak een bordje en begin aandachtig met het op elkaar stapelen van zo veel mogelijk bonbons, versierd met nootjes, vruchten of bladgoud, gemaakt van pure, witte of melkchocolade. De zoete geur dringt mijn neus binnen en ik ben zo geconcentreerd bezig dat ik niet eens merk dat mama naast me komt staan.

‘Ik dacht dat jij wilde afvallen?’

Ik werp een snelle, meelevende blik op haar bord, waarop twee reepjes eendenborst worden vergezeld door een enorme berg rucola en geraspte wortel.

‘Klopt,’ zeg ik, en zet voorzichtig een truffel met geraspte kokos bovenop mijn zelfgebouwde cacaotoren. ‘Ik heb ook een plan.’

‘Maar neem iets gezonds, Floor. Fruit, of wat salade. Vergeet niet dat straks die,’ ze zucht even, ‘táárt ook nog komt.’

‘Ik heb gezonde vetten.’ Ik wijs naar de dorade op mijn bord en wil dan nog een keer naar de bonbons reiken, maar krijg van mama een ferme tik op mijn hand.

‘Je moet gewoon doorzetten. Het is allemaal een-’

‘Kwestie van wilskracht.’ Ik klink geprikkelder dan ik wil. ‘Meer hadden jullie ook niet nodig, toch?’

Ik heb meteen spijt. Mama’s ogen schieten zenuwachtig de zaal rond. Ze friemelt aan de rand van haar lila strapless jurk die voor de zoveelste keer is afgezakt, en trekt hem met een snelle ruk omhoog. Nog steeds verbaast het me hoe rimpelig haar huid is geworden. Als het ruige, door erosie uitgesleten landschap van de Grand Canyon. Veronika is er sinds de operatie alleen maar mooier op geworden.

Ik pak beide borden vast en til ze voorzichtig op, wanneer iemand zich aan mijn schouder vastklampt. Ik moet mijn best doen om mijn bonbontoren in evenwicht te houden.

‘Wat ziet je zus er prachtig uit, hè?’

Ik draai me om en kijk in het stralende gezicht van Anja, onze buurvrouw. Ze heeft haar wenkbrauwen op deze vreugdevolle dag een halve centimeter hoger aangezet dan anders.

Ik knik. ‘Ja, heel mooi. Heb je al gegeten? Ik ga net-’

‘Jullie allebei trouwens. Wat een bijzondere jurk, Floor.’

Mama glimlacht, maar haar ogen lachen niet mee. ‘Ja, je kunt Floor moeilijk over het hoofd zien. Maar ze wil ook graag afvallen. Toch?’

De volle borden worden steeds zwaarder. Het bord met vlees en vis kantelt in mijn hand. Een straaltje jus druipt over de rand en belandt op het beige tapijt.

‘Oké, ik ga-,’ probeer ik, maar Anja geeft een ruk aan mijn schouder, waardoor er ook een gebakken aardappelpartje op de grond valt.

‘Ga je, net als je moeder en Veronika…?’ Ze maakt haar zin niet af.

Ik durf Mama niet aan te kijken. Waarom sta ik hier nog?

‘Het mag niet van de artsen,’ zeg ik zacht. ‘Ik heb wel overgewicht, maar niet genoeg. Dus helaas, veel sporten en minder eten.’

Anja kijkt bedenkend naar mijn bonbontoren, maar voordat ze nog iets kan zeggen, loop ik langs haar heen, terug naar onze tafel.

Niemand lijkt te merken dat ik ga zitten. Veronika schenkt haar champagneglas opnieuw vol en praat uitgelaten met Merijns moeder over de gegrilde courgettes. Papa en Merijn kijken naar de foto’s op een cameraschermpje. Vanaf mijn bord staart de gegrilde dorade me vanonder zijn citroenen hoedje aan. ‘Ik heb het anders ook niet bepaald naar mijn zin, hoor,’ lijken zijn ingedeukte kraaloogjes te zeggen.

Ik adem in, pak mijn vork en priegel een reepje vis onder het goudbruine velletje vandaan. Een walm van bieslook en peterselie stijgt via mijn neus omhoog. Ik neem een hap en bijt niet alleen een klont ziltige vis, maar ook meteen een teen knoflook doormidden. Een wrange, bijtende scherpte schiet als een bliksemflits door mijn mond en brengt tranen in mijn ogen. Rot op met je knoflook, denk ik, en kauw kwaad verder, net zolang totdat het visvlees als een weeïg papje op mijn tong in elkaar stort en het voelt alsof ik op een lauwwarm vaatdoekje zit te sabbelen.

Met moeite slik ik door en leg met trillende hand mijn vork weer neer. Ik zou juist blij moeten zijn voor Veronika. En ik wíl ook blij zijn. Maar ik kan het niet.

Ik schrik op uit mijn gedachten wanneer Merijn op de lege stoel naast me komt zitten.

‘Vermaak je je een beetje?’ Hij pakt een bonbon van de stapel en neemt een hap.

Ik wil niet liegen, dus volg ik zijn voorbeeld maar. De vulling is zacht en smeuïg, met een frisse, bittere hint van koffie en chocola – een perfecte combinatie met de geur van Merijns houtachtige aftershave. Ik voel me misselijk.

‘En? Hoe smaakt-ie?’

Ik kijk op naar zijn vriendelijke, verwachtingsvolle gezicht. ‘Bitterzoet.’

‘Floor!’ Veronika komt achter Merijn staan. In haar ene hand schommelt haar champagneglas losjes heen en weer tussen haar vingers, in de ander heeft ze haar telefoon. Ze wankelt even en ploft dan neer op Merijns schoot. ‘Een van mijn collega’s heeft nog een hele leuke vrijgezelle broer.’ Ze giechelt. ‘Ik dacht meteen aan jou.’

Ze legt de telefoon tussen ons in op tafel, opent Facebook en zoomt in op de profielfoto. Merijn en ik buigen ons voorover. Op het scherm zien we een man van rond de dertig verlegen lachen. Hij heeft bruin haar en ronde, glimmende wangen. Veronika scrolt naar de volgende foto. Hierop staat de man tot zijn knieën in een felblauwe zee.

Hij is dik.

En niet zomaar dik. Rond. Enorm. Zijn kwabbige armen steken onhandig uit boven zijn ronde appelbuik, zijn zwarte zwembroek knelt om zijn brede dijen.

‘Iets voor jou?’ vraagt Veronika onschuldig. Ze neemt een grote slok champagne en streelt Merijn over zijn wang, maar blijft mij aankijken.

Ik kijk naar mijn beeldschone, slanke, perfecte zusje, en haar beeldschone, perfecte echtgenoot. Ik schuif mijn bord bonbons over de tafel.

‘Wil je?’ vraag ik zacht. ‘Neem maar, zoveel je wilt.’

‘Nog eentje dan,’ joelt Veronika, die de man op de foto alweer lijkt te zijn vergeten. ‘Het is feest.’ Ze stopt een bonbon in haar mond en giet het laatste restje champagne naar binnen. ‘Kom, hubby. Ik wil een cocktail. En straks mogen we eindelijk onze taart aansnijden.’

Ze pakt Merijns hand en trekt hem zwabberend mee de zaal in. De geur van zijn aftershave blijft nog enkele seconden hangen.

Ik kijk naar het bord voor me: het restje dorade, een dikke snee biefstuk, flinke scheppen gebakken aardappels en pastasalade, sint-jakobsschelpen omwikkeld in prosciutto, acht sneden stokbrood, een dot mayonaise, en natuurlijk de bonbons.

Doorzetten. Wilskracht. Straks mag je ook een operatie, en dan word je net zo mooi als Veronika.

Ik pak mijn bestek weer op, prak de schelpen in kleine stukjes en meng ze met de pastasalade. Het stokbrood doop ik in de jus, vervolgens leg ik er vlokjes dorade op. Ik snijd de biefstuk in stukken even groot als de aardappelpartjes, prik van beiden een zo groot mogelijke hoeveelheid op mijn vork en haal alles voordat ik het opeet nog door de mayonaise. Minutenlang beweegt mijn vork zich zonder te stoppen van het bord naar mijn mond. Ik proef helemaal niets, maar het ritme is volmaakt. Er vallen klodders saus op mijn jurk, en er druipt iets langs mijn kin naar beneden. Het maakt niet uit. Er is niets meer, alleen ik en dit eten.

Pas wanneer het bord leeg is, zie ik hem.

Merijn. Vlak voor me, zijn grijze ogen op mij gericht. Hoe lang staat hij daar al? Gehaast loopt hij op me af, zijn blik ontdaan. O God, hij vindt me een monster. Een vet, walgelijk vreetmonster.

‘Floor.’ Hij komt naast me zitten. Kan hij de knoflook ruiken? ‘Er is iets mis.’

‘Ik weet het. Maar-’

‘Ze is al een kwartier weg. Kun jij gaan kijken? Alsjeblieft?’

In de toiletruimte hangt een zurige lucht. Er zijn drie hokjes, waarvan de middelste deur op een klein kiertje staat. Ik hoor gesnik, en duw de deur voorzichtig open.

Op de grond, naast de wc-pot en omringd door een enorme berg witte tule, zit Veronika, haar gezicht in haar handen. Haar blote schouders schokken op en neer.

‘Jezus.’ Ik kniel, werp een blik in de wc-pot en trek snel door. ‘Wat is er gebeurd?’

Veronika kijkt op. Haar ogen zijn rooddoorlopen, haar kin is bedekt met tranen en snot en de plukjes haar rondom haar gezicht zijn nat van het zweet.

‘Ik kreeg weer van die… steken.’ Ze snikt. ‘Alles draaide. Ik dacht dat het wel kon. Alleen vandaag.’ Ze laat haar hoofd weer zakken en lalt verder. ‘Op mijn bruiloft.’

Voorzichtig leg ik mijn hand op haar klamme rug. Meteen schiet Veronika’s tengere lijf naar achter. Ze heeft een blik die ik niet kan plaatsen. Woede? Walging? Waanzin?

‘Blijf van me af!’ Ze mept in mijn richting. ‘Echt Floor, jij hebt geen idee. Met die lelijke slobberkleren van je. Who the fuck cares? Ik niet, mama niet.’ Ze snuift. ‘En Merijn ook niet, mocht je dat soms denken.’

Ik staar haar aan, steeds sneller in en uit ademend door mijn mond. Mijn hoofd begint te bonken, mijn tong is droog en prikt.

‘Jíj hoeft je niet te gedragen zoals anderen dat willen,’ brabbelt Veronika. ‘En ík wil alleen maar… Ik wil gewoon…’

‘Eten.’ Mijn stem kraakt.

Wanneer ik de toiletten uitloop, staan Merijn en mijn moeder me op te wachten. Merijn loopt meteen naar me toe. ‘En, wat is er aan de hand? Gaat het wel?’

Ik probeer geruststellend te kijken. ‘Alles is oké, ze had saus gemorst op haar jurk.’ Ik draai me naar mijn moeder. ‘Ze vraagt of jij haar wil komen helpen met de vlek.’

Mama kijkt me heel even onderzoekend aan, maar haast zich dan de toiletten in. Merijn blijft staan en staart afwachtend naar de dichte deur, als een puppy die voor het eerst alleen is gelaten.

Ik twijfel, maar pak dan voorzichtig zijn hand. ‘Kom.’

Samen lopen we terug de eetzaal in. Zijn hand voelt warm en sterk in de mijne, op het streepje koud metaal van zijn trouwring na. We nemen plaats op de twee stoelen in de hoek van de zaal, naast het dessertbuffet met de suikerkolos. Ik moet mijn kin helemaal optillen om het kunststofbruidspaartje op de bovenste laag te zien.

Merijn schraapt zijn keel. ‘Eigenlijk hou ik helemaal niet van mokka.’

‘Niet?’

Hij schudt glimlachend zijn hoofd. ‘Of van kokos.’

‘Waarom heb je niets tegen Veronika gezegd?’

‘Ach, zij was er zo blij mee. En ik dacht…’ hij aarzelt en haalt verontschuldigend zijn schouders op. ‘Iets dat er zo mooi uitziet, móet toch wel overheerlijk zijn?’

Ik zwijg en vouw mijn armen over elkaar. De zachte zomerwind waait al de hele avond naar binnen door de openslaande tuindeuren, maar opeens heb ik het koud.

Op een van de zilveren schalen op tafel liggen nog enkele vergeten bonbons. Merijn buigt naar voren, pakt de schaal en houdt hem me voor. ‘Omdat het kan?’

Ik pak een pure bonbon met streepjes karamel van de schaal en neem een klein hapje. De karamel blijft vervelend aan mijn gehemelte kleven. Ik slik met tegenzin door en leg de andere helft terug op de schaal.

‘Nee, dank je.’ Ik kijk op naar Merijn en glimlach. ‘Ik heb genoeg gehad.’


Evelien Flink studeert aan de Schrijversvakschool Amsterdam en heeft gewerkt als redacteur voor de Volkskrant en de Nederlandse Publieke Omroep.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s